ga naar...

Posts tonen met het label sociale vaardigheden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sociale vaardigheden. Alle posts tonen

maandag 21 april 2014

Moederdagkrant Makeover

Moederdag komt weer dichterbij, dé be-lang-rijk-ste feestdag van het jaar natuurlijk - dat probeer ik hier thuis toch duidelijk te maken.
Aan de statistieken van deze blog zie ik dat heel wat leerkrachten druk op zoek zijn naar moederdagideeën en zo terechtkomen op de Moederdagkrant van een tijd geleden. Via KlasCement, waar ik de krant ook uploadde, kreeg ik leuke reacties en suggesties. Daarom heb ik de Moederdagkrant even opgefrist, met nieuwe artikels, mopjes, een kruiswoordraadsel en een kleurplaat.
Ik zou er als mama erg blij mee zijn, in elk geval. :-)

zaterdag 22 juni 2013

Het Rapport van de juf

Na het fantaseren over de ideale juf, vroeg ik aan de kinderen of ze mijn eindrapport wilden maken. Ik dat van hen, en zij dat van mij, dat leek me een eerlijke deal. In eerste instantie geloofden ze bijna niet dat ze hun eigen juf mochten beoordelen, en de volgende vraag was of ze eerlijk konden zijn.... Natùùrlijk!
Waarin was ik goed het afgelopen schooljaar, en wat kan volgend jaar beter?


De resultaten waren leuk om te lezen. En heus niet alleen maar gejuich en lof van de kinderen. Ik haalde er ook écht wel werkpunten voor mezelf uit. Het is vreemd hoe zaken die je erg belangrijk vindt in de klas, soms toch in de praktijk anders overkomen bij kinderen...
Het lijkt me zinvol om zo'n evaluatie meerdere keren per jaar te doen, en daarna met de kinderen te bespreken of ik aan mijn eigen aandachtspunten gewerkt heb.
Ideaal om er voor te zorgen dat ook de juf groeit. :-)

PS: Ik bedacht de stellingen niet zelf, maar vond ze op de site van http://www.vosabb.nl/ , waar ik overigens nog nooit van gehoord had, maar wel interessante dingen vond.

zaterdag 23 februari 2013

Drie, twee, één.... Flip!

Vorige week probeerde ik dus enthousiast een geflipte les uit in de klas. Onderwerp: de oppervlakte van de cilinder.

Deze leerstof was niet helemààl nieuw, want de kinderen kenden de formules voor het berekenen van omtrek en oppervlakte van rechthoek en cirkel al uit vorige lessen. Er waren wel enkele nieuwe inzichten die ik wilde bereiken bij de leerlingen.
Tijdens deze les moesten ze...
- inzien dat de oppervlakte van een cilinder, na het ontwikkelen, bestaat uit een rechthoek en twee cirkels.
- begrijpen dat de basis van deze rechthoek even lang is als de omtrek van de cirkel.
- de formules vlot kunnen gebruiken bij het oplossen van vraagstukken.

Alle kinderen hadden hun fliphuiswerk gemaakt en het filmpje de avond voordien bekeken, de meerderheid zelfs 2 keer of meer. Aan de reacties die binnenliepen via de blog of die ik in de klas opving, merkte ik dat ze het best spannend vonden. Maar de kinderen hadden er ook wel zin in om het flippen eens uit te proberen en niet met een blanco blad aan de rekenles te beginnen. Sommigen waren bezorgd - er komt toch geen test? - en moesten wat gerustgesteld worden. Huiswerk op de computer valt altijd in de smaak, dus het flipfilmpje ging er ook vlot in.

Bij de aanvang van de rekenles heb ik eerst even gepolst of iedereen zijn huiswerk gemaakt had. Natuurlijk kan je dat als leerkracht niet controleren. De statistieken van het filmpje geven je wel een béétje info. Je zou eventueel, als controle, aan de leerlingen kunnen vragen om een reactie achter te laten bij het filmpje. Maar uiteindelijk moeten ze toch leren dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor het maken van taken.

Klassikaal hebben we even de formules herhaald die in het filmpje worden gebruikt en op het krijtbord genoteerd. Dit is voor alle kinderen een houvast, zowel voor zij die zelfstandig aan de slag gaan als voor de leerlingen die moeite hebben met het onthouden van formules.
Daarna gaf ik hen de gelegenheid om voor zichzelf uit te maken of ze de leerstof nog een keertje herhaald van mij wilden horen, of liever meteen zelf aan de slag gingen. Daarbij zag ik dat de kinderen zichzelf vrij goed kennen. Ik had waarschijnlijk, als het aan mij was geweest, net dezelfde verdeling gemaakt en vond het prachtig dat ze zichzelf zo goed konden inschatten.

De kinderen die er vertrouwen in hadden, zochten per 2 een plaatsje achteraan in de klas, vlakbij de computers, zodat ze eventueel het filmpje nog eens konden herbekijken. Vragen stellen konden ze aan elkaar en we spraken af dat, als het écht niet zou lukken, ze gewoon mee aan konden sluiten bij de klas. Met de correctiesleutel zagen ze, oefening per oefening, of ze op het juiste pad waren.

Ondertussen gaf ik een herhaalde instructie aan de andere leerlingen, waarbij zij méér tijd kregen om vragen te stellen, materiaal te gebruiken, een moeilijkheid ter herformuleren en enkele concrete oefeningen samen uit te werken. Ook deze groep ging na deze verlengde instructie per 2 aan het werk, zodat ik extra tijd kon vrijmaken voor wie het nodig had.

Onze @turnmeesterpaul had, via de klasblog, nog voor een extra opdracht gezorgd. Kinderen die in de loop van de dag tijd én zin hadden, mochten in de klas een cilindervormig voorwerp fotograferen en uploaden naar de blog, in ruil voor een extra spelletje tijdens de turnles. Blij met de online betrokkenheid en feedback van iemand 'buiten' onze klas, stortte een aantal kinderen zich op deze uitdaging.


Na de les gaven de leerlingen aan dat dit een fijne manier van werken was. Veel kinderen hadden het gevoel dat ze op hun eigen ritme en niveau hadden kunnen werken. Enkele kinderen vonden dat ze harder hadden moeten denken en werken dan anders.
We hebben samen wel kunnen besluiten dat respect voor elkaar belangrijk is bij het flippen. Respect voor je keuze om meteen te werken of nog eens te luisteren, respect voor de rust en stilte in de klas, respect voor iemand die het niet begrijpt en voor wie het goed kan uitleggen.

Flip de klas... Onze start is in elk geval gemaakt!

woensdag 12 september 2012

Facebookfelicitaties

De afgelopen jaren waren veel van mijn klaskinderen zot van Facebook. Niks aan te doen, ook al waren ze 'nog maar' 8, 9 of 10.
Sommigen mochten onder het toeziende oog van mama of papa al een profiel aanmaken, maar de meesten hielden zich netjes aan de leeftijdsgrens.

Je zou verwachten dat dit schooljaar, in het 6de leerjaar, het hek helemaal van de dam zou zijn.
Niet dus, nog straffer: geen énkel kind van mijn klas zit op Facebook. En daar ben ik eigenlijk heel erg blij om.
Maar als ze jarig zijn, gaan we toch facebooken in de klas, of ze nu willen of niet. De jarige past zijn status aan en zijn of haar 20 klasvrienden schrijven iets op het prikbord.
En léuk dat ze dat opeens vinden, zo voor één keertje. Het serieuze gesprek over verstandig facebooken nemen ze er met plezier bij. Weten ze ineens hoe het moet als ze volgend jaar 13 worden...

   
Naar een idee, gevonden op Pinterest.

vrijdag 24 augustus 2012

Sneltoetsmaatjes

Vorig jaar werkten we in de klas met onze klokmaatjes, een systeem om snel en zonder ruzie duo's te maken in de klas.

Voor de grotere kinderen van mijn 6de leerjaar bedacht ik, samen met Pinterest, wat anders. Zij gaan in de eerste schoolweek op zoek naar sneltoetsmaatjes. Elk nummertje op deze papieren GSM is ook een sneltoets. De kinderen schrijven dus een vriendje op, bijvoorbeeld als sneltoetsmaatje 8. Als alle sneltoetsen gevuld zijn, kleven we de GSM in de klep van de bank.

Werken we met een partner? Vandaag is dat sneltoetsmaatje 5!
Samen op de computer? Met je sneltoetsmaatje 3!
Mobieltjes in de klas?
Bij ons mag het.

maandag 25 juni 2012

De Anderskrant

Het is fijn als kinderen aan hun ouders, broers, zussen en familie trots kunnen tonen waar ze in de klas rond gewerkt hebben. Dat kan via foto's op de schoolwebsite, door artikels te plaatsen op de blog, door thuis te vertellen of... door een krant te maken.
Ik vind het belangrijk dat kinderen goed leren schrijven, maar ze moeten vooral pleziér beleven aan het schrijven. Schrijven moet een doel hebben: communiceren met elkaar, informeren, verslag uitbrengen, een gesprek op gang brengen. Zomaar een opstelletje... daar doen we niet aan!

Om ons project 'Anders maar niet minder' - rond anders zijn en handicaps - te evalueren en af te ronden, doen we nog eens alsof we journalisten zijn. We maken een echte Anderskrant. Elk kind draagt zijn steentje bij met een artikel, een raadsel, een tekening, een verhaal, een strip. Alles kan en alles mag. En dit is het resultaat!

dinsdag 5 juni 2012

Anders maar niet minder

Ik ben opgegroeid in een warm en sociaal nest. Mijn moeder, een oud-leerkracht uit het buitengewoon onderwijs, werkt al jaren in de gehandicaptenvereniging van ons dorp en stond mee aan de wieg van dagcentrum Markdal, een dagopvang voor volwassenen met een mentale beperking, waarover ik al eerder berichtte.

Toen ik afstudeerde aan de lerarenopleiding, bestond mijn eindwerk uit een project om in de 3de graad basisonderwijs (groep 7-8) te werken rond mensen met een beperking. Verschillende jaren gebruikte ik dit project in het vijfde leerjaar. Heel wat mensen kwamen tijdens deze projectweek vertellen over hun beperking, of over die van hun kind. Markdal was vlakbij onze school, dus gingen we daar ook meewerken: samen SMOG leren, netballen, wafels bakken, kaarsen gieten, snoezelen... Nieuwsgierig zijn mag, zéker in Markdal. Vragen stellen mag ook. Om open en onbevangen te kunnen omgaan met mensen met een beperking, moet je handicaps bespreekbaar kunnen maken. Hoe jonger de kinderen zijn, hoe minder vooroordelen of angsten ze meedragen.

Daarom paste ik dit jaar het project ook aan voor de tweede graad basisonderwijs (groep 5-6). Het pakket bestaat uit enkele lessen.
 

Les 1: Iedereen is anders
Aan de hand van foto's wordt het anders-zijn besproken. Wie is anders dan jou? Wie is ongeveer hetzelfde? Wat kan er anders zijn tussen mensen? Hoe zit het dan met tweelingen? Zijn die hetzelfde? Wat maakt jou zo bijzonder en uniek? Wat kan jij heel goed? Waar heb je moeite mee? Wat vind je soms lastig aan jezelf? Hoe ga je daarmee om?
Besluit: Iedereen is anders, uiterlijk maar ook innerlijk. We hebben andere dromen, verlangens, gedachten. Iedereen heeft mogelijkheden, maar iedereen heeft ook beperkingen.
 

Les 2: Een beperking, wat betekent dat?
Elke mens heeft mogelijkheden, maar ook beperkingen. Sommige mensen hebben een zware beperking. Ze kunnen niet genezen door medicijnen of een operatie en ze moeten hun leven vaak aanpassen.
Wie op de foto's heeft zo'n beperking? Zie je hun beperking? Zouden ze ook mogelijkheden hebben? Samen ontdekken we de soorten beperkingen: auditief, visueel, mentaal en fysiek.
NB: Ik koos bewust voor deze 'sobere' onderverdeling, hoewel het in realiteit natuurlijk niet zo eenvoudig is. Ook een sociale beperking zoals autisme zou hierin zijn plaats kunnen vinden.
Besluit: Er bestaan veel soorten beperkingen. Mensen met een beperking zijn anders, maar niet minder. Ook zij hebben veel mogelijkheden.


Les 3: Hoekenwerk
Deze activiteit bestaat uit 4 lessen van ongeveer 50 minuten. De kinderen werken in groepjes, elke les werken ze in één hoek. In elke hoek staat 1 beperking centraal. De kinderen gaan zelf ontdekken en een beetje ervaren wat het betekent om een fysieke, visuele, mentale of auditieve beperking te hebben. Welke mogelijkheden zijn er? Welke moeilijkheden?
In de hoek ligt een activiteitenkaart en het nodige materiaal. We werken opnieuw volgens de CLIM-methode, waarbij elke leerling een rol krijgt: organisator, verslaggever, materiaalmeester, planner en bemiddelaar.


Les 4: Meedoen in dagcentrum Markdal
Vlakbij onze school is een dagcentrum voor volwassenen met een mentale beperking. De kinderen zien hen vaak, want enkele van hen helpen bij ons op school in de eetzaal.
De kinderen krijgen een rondleiding in het dagcentrum. Ze mogen vragen stellen en ontdekken hoe hier gewerkt wordt. Daarna gaan ze samen met de gasten sporten, snoezelen, wafels bakken of smog leren.

Les 5: Bezoek
Bij zo'n project moet er natuurlijk ook een ervaringsdeskundige op bezoek komen. Wij ontvangen elk jaar Gusta. Zij is blind, kan goed vertellen en brengt veel hulpmiddelen mee die het leven voor haar makkelijker maken. Maar ook de ouders van een gehandicapt kindje, of een opvoedster die met mensen met een beperking werkt, kunnen boeiende gasten zijn.
Het is fijn en geruststellend om iemand uit te nodigen die je als leerkracht kent. Zo kan je van tevoren het gesprek ook goed voorbereiden. Ken je niemand die wil/kan? Informeer eens bij de lokale vereniging voor mensen met een beperking. Zij kunnen je vaak in contact brengen met sprekers die wel vaker voor de klas staan.

Aanvullende lessen
Natuurlijk hoeft het niet te blijven bij deze 5 activiteiten.
- Het boek 'Malus' van Marc De Bel biedt prachtige mogelijkheden om te werken rond 'anders zijn'.
- Er zijn ook heel wat kinderboeken, liedjes of gedichten over diversiteit en handicaps, waarmee je aan de slag kan gaan. Een beknopte literatuurlijst volgt later.
- Met grotere kinderen kan ook gewerkt worden rond inclusie, of rond omgaan met mensen met een beperking.
- Op onze yurlspagina proberen we zoveel mogelijk filmpjes, verhalen en oefeningen te plaatsen.
- We maken ook telkens een projectkrant rond dit thema, net als echte journalisten.

Wil je nog meer weten? Wil je graag de lessen ontvangen? Heb je interesse in de correctiesleutels? Krijg je graag de foto's van les 1 en 2 in je mailbox?
En zéér belangrijk: Heb je zelf nog fijne ideeën om rond beperkingen te werken?
Plaats dan een reactie of stuur via Twitter een DM  naar @juf_hilde.

vrijdag 11 mei 2012

Werkbrief wordt winkelbrief

Elke week krijgen onze kinderen een werkbrief. Op de werkbrief, zoals het voorbeeld hieronder uit het 5de leerjaar, staan opdrachten die ze tijdens die week moeten of mogen afwerken. Een rekenles, oefenen op Bloon, verdiepingsleerstof, een tafelspel of een spellingopdracht...
Alles kan op de werkbrief.
Op dinsdag krijgen de leerlingen een hele namiddag om zelfstandig te werken aan deze moet- en magtaakjes. De kinderen vinden dit fijn om te doen. Ze kiezen zelf waarmee ze beginnen en nemen hun leren in eigen handen. In het begin is het soms nog moeilijk om met die vrijheid om te gaan, maar al gauw ervaren ze dat ze de verantwoordelijkheid best aankunnen.



Op dit ogenblik ervaren we dat het werken met geld nog niet helemaal onder de knie is. Daarom maakten we een rekensommetje: werkbrief + winkelen = winkelbrief! De kinderen krijgen deze week dus geen werkbrief, maar een winkelbrief. Op die brief staat wat de kinderen zeker moeten meebrengen van de winkel, en wat ze met het resterende geld nog extra mogen uitkiezen. De geïmproviseerde winkel staat achteraan in de klas. Alle taakjes liggen in de etalage met de kostprijs erbij. Elk kind krijgt € 5 zakgeld - portemonneetje komt mee van thuis - om taakjes mee te kopen. Enkele kindjes spelen winkelier.



Het is grappig om te zien hoe motiverend het winkelen is. Uiteindelijk maken ze net dezelfde taakjes als altijd, maar doordat ze het mogen 'uitkiezen' en kopen in een net-echte winkel, vinden ze het zelfstandige werk ineens weer fantastisch. Ook het pimpen van de winkel werd een zaak van de klas. Een bloemetje erbij, slogans bedenken om op te hangen, vlaggetjes, een soldenweek...
De werkwinkel is dus een blijvertje!

dinsdag 10 april 2012

Het Speeleiland

Op de speelplaats van onze school staat een kleurrijk huisje. Dat vrolijke huisje is onze speelgoedwinkel, "Het Speeleiland". Het staat vol met leuk, uitdagend, alledaags én origineel speelgoed om alleen of, liever nog, samen mee te spelen.

Het Speeleiland is een idee van de werkgroep 'speelplaats'. Samen plezier beleven, vriendjes maken, afspraken naleven en fair play vinden we erg belangrijk op school. Om dat samenspel nog meer te motiveren, besloten we met heel het team om te starten met een speelgoedwinkel.

De kinderen brengen bij ons op school dus geen speelmateriaal mee van thuis. In de winkel is genoeg speelgoed voor iedereen.
Elke maandag- en dinsdagvoormiddag kan een deel van de kinderen - volgens een beurtsysteem - speelgoed komen lenen. We hebben grote blokken, stelten, springballen, balanceerborden, stoepkrijt, bordspelletjes in reuzenformaat, strips, kegels... Kiezen kan moeilijk zijn!
Twee juffen noteren goed wat uitgeleend wordt, twee grote kinderen helpen in de winkel bij het verdelen van het speelgoed. De hele week mogen de kinderen met het speelgoed spelen en bijhouden in de klas. Op vrijdagmiddag wordt alles weer binnengebracht.

We merken dat de kinderen op maandagochtend al samen plannen maken om te gaan shoppen in Het Speeleiland.
- "Mag jij deze week speelgoed lenen?"
- "Wat zal ik kiezen? Heb jij een goed idee?"
- "Zullen we samen met de blokken gaan spelen? Dan ga ik die ontlenen!"
- "Ik mag deze week niks kiezen... Wie gaat iets leuks doen? Mag ik meespelen?"
Dankzij Het Speeleiland leren kinderen al spelend zorg te dragen voor materiaal. We merken bovendien dat ze beter samen spelen sinds de komst van de winkel.
De boekhouder van Het Speeleiland vindt dus dat we best veel (leer)winst boeken!

donderdag 15 maart 2012

De Blobboom

In de klas werk ik met de Blobboom.
"The Blob Tree" werd in de jaren '70 ontwikkeld door Pip Wilson. Het is een heel eenvoudige tekening van een boom met figuurtjes erin. De prent vraagt hoe je je voelt in een bepaalde situatie.

Vijf dagen op zeven, van 8 uur 's ochtends tot 4 uur 's avonds, leven en werken mijn 19 leerlingen en ik samen. We denken elkaar door en door te kennen, en als we niet opletten, vergeten we stil te staan bij hoe we met elkaar omgaan en hoe we ons voelen in de klas. De Blobboom helpt ons aan zelfreflectie te doen en brengt vaak gesprekken op gang, die de klassfeer optimaliseren.

Als introductie toon ik aan de kinderen de boom. Ik vertel hen over een gek volkje, de Blobs, die in die grote boom zonder blaadjes wonen.
"Elke dag leven en spelen ze samen. Op sommige dagen zijn ze blij, maar soms zijn ze ook verdrietig of bang."

Samen met de kinderen bekijken we een paar Blobs wat beter.
- Wie valt je op?
- Wie staat onderaan?
- Wie staat bovenaan?
- Welke Blob kijkt vrolijk?
- En welke ziet er droevig uit?
- Wie is bang?
- Hoe zou dat komen?
- Wat zou er gebeurd zijn?
- Hoe kunnen de Blobs elkaar helpen?


Daarna leggen we de link met onze klas.
"Eigenlijk kunnen we de klas vergelijken met die boom. En de Blobs, dat zijn wij. In onze klas voel je je soms ook bang of buitengesloten. Misschien zijn er dagen dat je boven in de boom staat te lachen. Af en toe wil je liever alleen zijn."
- Wanneer zit je hoog in de boom?
- Wanneer bengel je aan een tak?
- Waarom ben je soms bang in de klas?
- Kunnen de anderen jou dan helpen? Op welke manier?


De Blobboom hangt steeds vooraan aan het bord. De kinderen krijgen ook een eigen exemplaar in hun bankje. Op gezette tijden halen we hem tevoorschijn. Dan mag elke leerling een Blob uitkiezen met wie hij of zij zich die dag het meest identificeert en inkleuren. Deze activiteit kan ook de aanzet zijn tot een gesprek. Wie voelt zich goed? Wie zit vandaag niet zo goed in zijn vel? Hoe komt dat? Kunnen de anderen hierbij helpen? Hoe kunnen we nog beter samenleven in onze klas?

Maar het hoeft natuurlijk niet steeds klassikaal. Als ik merk dat een kind zich terugtrekt, angstig is of net heel uitgelaten, kan de blobboom de start zijn van een gesprek.
En ook de juf zit ergens in die boom natuurlijk!

PS: We gebruikten vandaag de boom ook om over het vreselijke busongeluk in Zwitserland te praten. De kinderen kleuren vallende en treurende, eenzame Blobs. Samen kijken we naar nieuwsfragmenten, we branden een kaarsje, we maken het even stil. 
Onze kinderen hebben verdriet, net als de juf.

dinsdag 14 februari 2012

Twitter in de klas, de afterparty

Wat hebben de kinderen en ik nu geleerd van die twee weken getwitter? Ik vroeg het even aan hen…

- We mogen nergens zomaar op klikken. (Q.)
- We leren hoe Twitter werkt. (R.)
- Soms is het moeilijk om maar 140 tekens te gebruiken. (R.)
- Soms wil ik zoveel zeggen, en dan gaat dat niet meer, en dan moet ik weer nadenken. (I.)
- We leren sneller typen. (I.)
- We leren dat iedereen dat kan lezen en dat we niemand mogen uitschelden of lelijke woorden gebruiken. (I.)
- We moeten iets kort uitleggen wat we aan het doen zijn. (R.)
- We leren over afkortingen, zoals bv, dat is bijvoorbeeld. (J.)


Ons Twitteravontuur is eigenlijk een ‘omgekeerd’ verhaal geworden. ‘Ik wil Twitter uitproberen in de klas’ was het startidee. Daarna ben ik op zoek gegaan naar inhouden waarbij we Twitter zouden kunnen toepassen. Tenslotte, doorheen het hele proces – leren door ervaren – probeer ik uit te vissen welke doelen ik bereik door te twitteren in de klas. Helemaal omgekeerd dus.
Nu het project, een groepswerk volgens de clim-methode, afgerond is, kunnen de kinderen en ik dus wel vrij goed verwoorden wat we geleerd hebben van/door het tweeten.
Maar wat zeggen de eindtermen?


Ik nam een duik in de uitgangspunten en eindtermen Nederlands, deelleerplan schrijven. Het leerplan legt in de uitgangspunten veel nadruk op taalvaardigheden die nodig zijn voor het gewone leven. De onderwerpen moeten gekozen worden uit de leefwereld van de kinderen. Het accent ligt op communicatie, taal ‘doen’. Kinderen moeten aan het einde van het basisonderwijs ook strategieën kunnen inzetten bij taaltaken, zoals het onderscheiden van hoofd- en bijzaken. Tijdens taalbeschouwing moeten kinderen leren reflecteren over taal, op hun niveau, in voor hen relevante taalgebruikssituaties. Het ontwikkelen van attitudes neemt ook een belangrijke plaats in in het leerplan: zin hebben in lezen, een eigen mening formuleren, luisterbereidheid tonen.

De leerlingen kunnen (verwerkingsniveau = kopiëren)
4.1 overzichten, aantekeningen, mededelingen op- en overschrijven.
De leerlingen kunnen (verwerkingsniveau = beschrijven)  
4.2 een oproep, een uitnodiging, een instructie richten aan leeftijdgenoten.
De leerlingen kunnen (verwerkingsniveau = structureren)  
4.3 een brief schrijven aan een bekende om een persoonlijke boodschap of belevenis over te brengen.
4.4 voor een gekend persoon een verslag schrijven van een verhaal, een gebeurtenis, een informatieve tekst. 
4.5 een formulier invullen met informatie over henzelf.
4.6 schriftelijk antwoorden op vragen over verwerkte inhouden. 
4.7De leerlingen kunnen voor het realiseren van bovenstaande eindtermen bovendien hun teksten verzorgen rekening houdende met handschrift en lay-out, spellingsafspraken en -regels toepassen in verband met het schrijven van woorden met vast woordbeeld: klankzuivere woorden, hoogfrequente niet klankzuivere woorden, woorden met veranderlijk woordbeeld (regelwoorden): werkwoorden, klinker in open/gesloten lettergreep, verdubbeling medeklinker, niet-klankzuivere eindletter, hoofdletters, interpunctietekens . , ? ! :
4.8*De leerlingen ontwikkelen bij het realiseren van de eindtermen voor spreken, luisteren, lezen en schrijven de volgende attitudes:
- spreek-, luister-, lees- en schrijfbereidheid
- plezier in luisteren, spreken, lezen en schrijven
- bereidheid tot nadenken over het eigen luister-, spreek-, lees en schrijfgedrag
- bereidheid tot het naleven van luister-, spreek-, lees- en schrijfconventies
- weerbaarheid 
5 De leerlingen kunnen vaardigheden/strategieën in verband met luisteren, spreken, lezen en schrijven aanwenden die nodig zijn om de respectievelijke eindtermen te realiseren. Zij houden daarbij onder meer rekening met de totale luister-, spreek-, lees- en schrijfsituatie, de tekstsoort, het verwerkingsniveau zoals die aangegeven zijn in de desbetreffende eindterm.
(http://www.ond.vlaanderen.be/curriculum/basisonderwijs/lager-onderwijs/leergebieden/nederlands/eindtermen.htm)

Het gebruik van Twitter in de klas lokte weinig reacties van derden uit. Zou het komen doordat nog niet veel mensen Twitter kennen/appreciëren? Ik weet het niet. Ik hoorde wel hier en daar 'dat ze er nog veel te jong voor zijn'. Tja, Twitter is niet echt iets van de leefwereld van de kinderen, zoals in de eindtermen staat. Die ouder heeft dus ergens wel gelijk. Onze 8- en 9-jarigen hebben Twitter niet nodig in hun gewone leven.

Maar zijn er dan geen vaardigheden uit het leerplan die de kinderen leren door het tweeten, die ze wél kunnen gebruiken volgens de eindtermen? Het gebruik van social media is in elk geval taal 'doen', communiceren, met ouders, met elkaar, en ook een beetje met mensen die we niet kennen. Spannend! Een belangrijke strategie bij het schrijven - ook een stukje vervat in de leergebiedoverschrijdende eindtermen rond leren leren - is het onderscheiden van hoofd- en bijzaken. Hoe moeilijk dat is, werd heel erg duidelijk tijdens ons project. Onze kinderen werden gedwongen hun opdracht of besluit samen te vatten in 140 tekens. "Oei, juf, ik heb nog maar 25 tekens en ik wil nog zoveel zeggen!" Wat is écht belangrijk in jouw boodschap? Hoe kan je de zin korter maken, zonder dat er info verloren gaat? Kan je misschien afkortingen gebruiken? Kennen wij al afkortingen? "Ja, van de televisie! Dat programma: W817!!!" En daar vertrok een les taalbeschouwing: reflecteren over taal en afkortingen.
Kinderen moeten natuurlijk ook leren om zo correct mogelijk te spellen tijdens het schrijven. Dat kan zeker bij grotere kinderen een aandachtspunt zijn bij het tweeten. In onze klas probeerden we vooral nog te letten op een goede zinsbouw, hoofdletters en leestekens, met wisselend resultaat, dat geef ik toe. Hier is nog werk aan de winkel!

Dus... Twitter zit niet in de belevingswereld van de kinderen, dat klopt. Maar voor hoelang nog? Voor het verwerven van een aantal eindtermen Nederlands (zelfs van leren leren) kan Twitter zeker een mooie bijdrage leveren.
Maar we werken tijdens het twitteren niet alleen aan eindtermen van Nederlands. Ook de eindtermen ict voor het basisonderwijs diepte ik even op.

De leerlingen
1 hebben een positieve houding tegenover ict en zijn bereid ict te gebruiken om hen te ondersteunen bij het leren.
2 gebruiken ict op een veilige, verantwoorde en doelmatige manier.
3 kunnen zelfstandig oefenen in een door ict ondersteunde leeromgeving.
4 kunnen zelfstandig leren in een door ict ondersteunde leeromgeving.
5 kunnen ict gebruiken om eigen ideeën creatief vorm te geven.
6 kunnen met behulp van ict voor hen bestemde digitale informatie opzoeken, verwerken en bewaren.
7 kunnen ict gebruiken bij het voorstellen van informatie aan anderen.  
8 kunnen ict gebruiken om op een veilige, verantwoorde en doelmatige manier te communiceren. 
(http://www.ond.vlaanderen.be/curriculum/basisonderwijs/lager-onderwijs/leergebiedoverschrijdend/ict/eindtermen.htm)

De kinderen vonden het twitteren in elk geval een spannende ontdekking. Zij houden er zeker een positief gevoel aan over, al zag ik wel dat de kinderen na het project 'twittermoe' waren. Ook zij stelden zich een beetje de vraag waarvoor dat tweeten nu precies goed was, denk ik. Misschien zijn de kinderen toch een beetje jong? 
Eindterm 2 is in onze klas al maanden een 'hot item'. Door te werken met de klasblog praten we veel over veiligheid op het internet.
Onze kinderen kregen tijdens het project als opdracht om zelf uit te maken welke info belangrijk is om te verwerken en te delen op Twitter (ET6).
Twitter bleek ook een prima instrument te zijn om informatie aan anderen voor te stellen. Na het groepswerk kon elke groep aan de hand van zijn tweets vertellen aan de anderen waar ze precies mee bezig geweest waren (ET7). Samen evalueren, vragen stellen, tips geven, met de timeline op het Smartboard. Het bleek prima te werken.
Volgens ET8 moeten kinderen leren omgaan met afspraken en regels die gelden in ict-communicatie. Ook hierin hebben onze kinderen, dankzij de klasblog Groeigras, al een hele weg afgelegd. Maar ook Twitter kan hierin zijn plaats vinden, net zoals, in een later stadium, Facebook. 
Het bestaat, en kinderen kunnen er maar beter op tijd wijs mee leren omgaan.

Het carnavalfeestje, georganiseerd en getweet door de kinderen, komt er vrijdag aan. Dit artikel was dus mijn persoonlijke afterparty. De ervaringen, de reacties en de eindtermen moeten nog wat bezinken. Ik ben geneigd om Twitter als een verrijking te zien binnen de klas, een extra manier om te werken aan enkele eindtermen, aan mediawijsheid. Maar Twitter mag niet het doel zijn, zoals dat bij mij - autch! - deze eerste keer wél het geval was. 
Hoewel er dus pro's en contra's zijn, zie ik vooral mogelijkheden. Voor de zekerheid... moet ik misschien gewoon nog eens twitteren met de klas:-) ?
Wordt vervolgd, zeker weten!

vrijdag 3 februari 2012

Allemaal maatjes

Kinderen zijn best in staat elkaar vooruit te helpen in de klas. Daarom werk ik vaak in partnerwerk. Elk kind heeft in onze klas een vast leesmaatje en een vast rekenmaatje. Ook ik heb maatjes. I. is mijn tijdmaatje, zij geeft aan wanneer ik te snel ga en de klas niet kan volgen. En M. is mijn computermaatje. Ik leer hem omgaan met de spraaksoftware op de computer.

Het gebeurt wel eens dat ik 'willekeurige' duo's nodig hebt. In het verleden zei ik dan: "Ga eens snel per 2 staan!" Maar ja, dat 'snel', dat was écht niet haalbaar... Altijd bleef er wel een leerling over, of wilden sommige kinderen groepjes van 3 of zelfs 4. Dat werkte dus niet.

Sinds kort heb ik daar wat op gevonden. Naast een reken- en leesmaatje, hebben de kinderen ook een klokmaatje. In de klep van hun schoolbank hangt een papieren klok. Op de plaats van de cijfers, staan bij ons de namen van vriendjes. In de eerste week van september zijn we 10 minuutjes zoet met het zoeken naar onze klokmaatjes. Op deze foto schrijven twee vriendjes elkaar op als 1-uurmaatje.

Moeten ze tijdens het zelfstandige werk per 2 werken? Dan werken we deze week met ons 4-uurmaatje. Per 2 in de klasrij staan? Zoek je 5-uurmaatje! Spelletje spelen? Dat mag met je 10-uurmaatje.

'Snel' in duo's werken? Het gaat dus wel!
(naar een idee van B. Newingham via @klasvanjuflinda) 

maandag 30 januari 2012

Positieve postbus

Als kinderen zich goed voelen in de klas, werken en leren ze beter.
Daarom leren we elkaar complimentjes te geven. Dat lijkt eenvoudig, maar kinderen vinden het best moeilijk om de kwaliteiten en sterke kanten van een ander onder woorden te brengen.

Ik werk in de klas met een postbus. Elk kind heeft zijn eigen postvakje. Op vrije momenten mogen kinderen briefjes met complimenten naar elkaar schrijven. Die briefjes stoppen ze in het juiste vakje. Ook de juf doet mee! Op vrijdag speel ik voor postbode en krijgt elke leerling zijn post.
De postbus was een idee dat ik al lang had. Met een schetsje van hoe die er moest uitzien, stapte ik een tijdje geleden naar Markdal, een dagcentrum voor mensen met een mentale beperking hier in de buurt van de school. Zij maakten deze prachtige postbus!
Natuurlijk kan je ook werken met doosjes, of met enveloppes aan het prikbord.

Om het schrijven van briefjes wat te sturen en het bedenken van complimenten wat makkelijker te maken, maak ik voorgedrukte briefjes voor de kinderen. Ze knippen het briefje uit dat ze willen gebruiken. Zo zijn ze al een eind op weg!

De kinderen vinden de postbus erg leuk. Ze schrijven graag post naar elkaar, maar het leukste is natuurlijk post ontvangen! Als na een week hun eigen postvakje leeg is, zie ik soms wat teleurstelling. Daarom spelen we soms 'geheime vriendjes'. Op maandag krijgt iedereen een geheim vriendje toegewezen. Naar dat vriendje moeten ze zéker één briefje schrijven tijdens de week. Zo is op vrijdag toch iedereen blij!

maandag 9 januari 2012

Bravobon

In de klas werk ik met bravobons. Iemand spontaan helpen, mooi schrijven, goed meewerken in de klas, een knappe tafeltoets... Dat verdient soms een bravobonnetje.
Bij de kinderen is het een succes. De bons worden verzameld als trofeeën. Als ze er 10 gespaard hebben, mogen ze een verrassing kiezen. Fier als een gieter en onder luid applaus komen ze dan plechtig naar voor in de klas. Soms is de verrassing voor hen alleen, soms kiezen ze iets waarvan heel de klas kan meegenieten. Dan is het feest!
Ook zonder verrassing zou dit beloningssysteem goed werken bij mijn kinderen. Veel kinderen bewaren de bons in een geheim vakje in hun boekentas, om thuis te kunnen laten zien: "Kijk eens hoe trots de juf op mij is!" Ongewenst gedrag is goed bij te sturen met deze 'beloningen', zo heb ik ervaren. En voor elk kind kan je aparte, individuele werkpunten in de kijker zetten.
Hieronder vind je zowel de bravobons, als de verrassingen die de kinderen kunnen kiezen.
Veel plezier ermee!